Verder kijken dan de cao

Niemand is tevreden met de cao, en niemand durft er afscheid van te nemen. Dat is kennelijk de onvermijdelijke uitkomst van ieder fundamenteel debat over hoe je in de toekomst arbeidsvoorwaarden vorm moet geven. Werkgevers klagen onophoudelijk over vuistdikke boekwerken vol regeltjes en voelen zich ingemetseld door overgangsregelingen. Werknemers schreeuwen om maatwerk, bijvoorbeeld een loonstijging die meer gerelateerd wordt aan individuele prestaties of de mogelijkheid om vrije tijd en geld uit te ruilen.

Alle barsten in het cao-fundament worden nog eens haarfijn opgesomd, in de kamerbrief die minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken vorige week stuurde: één miljoen zzp'ers en andere flexwerkers vallen buiten het systeem. Ook kleine bedrijven onttrekken zich er steeds vaker aan, en zo neemt het cao-draagvlak steeds verder af. De ouderenprivileges worden te duur. En het sectorale cao-denken maakt het voor werknemers onmogelijk om over te stappen tussen verschillende branches, omdat ze hun pensioen en scholingsbudget vaak niet mee mogen nemen.

Het is een rake probleemanalyse. Je gooit echter niet iets weg zonder te weten wat ervoor in de plaats komt, realiseert Asscher zich. En dus eindigt hij niettemin met een positieve aanbeveling: de cao is en blijft van grote betekenis voor de arbeidsrust en het Nederlandse overlegmodel. De moderne tijd vraagt om hervormingen, maar die moeten binnen bestaande kaders plaatsvinden. Hoe precies, dat laat hij over aan de sociale partners.

Tegenovergestelde opvattingen
Het probleem is dat werkgevers en bonden diagonaal tegenovergestelde opvattingen hebben over de vraag wat die hervormingen in zouden moeten houden. De bond eist hogere lonen voor jongere werknemers en wil meer maatwerk in die zin dat werknemers meer zeggenschap krijgen over hun werktijden. Werkgevers redeneren precies andersom: zij willen ouderen meer inzetbaar maken en verstaan onder maatwerk juist dat individuele bedrijven meer te zeggen moeten krijgen over de beschikbaarheid van hun mensen. Hoe het verder moet, is niet duidelijk.

Het is al met al naïef van Asscher als hij denkt dat het cao-model met wat pleisters weer rustig een generatie mee kan. De sterke groei van het aantal zzp'ers vraagt om nieuwe modellen om de sociale zekerheid en arbeidsrust te organiseren. De cao is daar geen geschikt instrument voor: ondernemers laten zich geen minimumtarieven voorschrijven door een vakbond. Het is dan ook hoog tijd dat de sociale partners verder gaan kijken dan de cao.