Bezwaarmakers tegen Schilderscao-avv

Bij het ministerie van SZW zijn door vier partijen bezwaren ingediend tegen het algemeen verbindend verklaren van de Schilders-cao. Behalve de vakbonden FNV en CNV zijn dat de ondernemer Frans Liebregts en Bouwend Nederland.

Er kon tot 14 februari bezwaar gemaakt worden tegen de aanvraag, door schilderswerkgeversvereniging OnderhoudNL en werknemersvertegenwoordiger LBV, voor een algemeen verbindend verklaring (avv) van hun onderlinge collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Zo’n avv, waarover wordt besloten door de minister van SZW, verplicht alle werkgevers in een branche om de cao te volgen, ook al zijn ze geen lid van, in dit geval, OnderhoudNL.

Glaszettende bedrijven
Vier partijen hebben officieel zo’n bezwaar gemaakt tegen deze avv-aanvraag. De opvallendste daaronder is ondernemersvereniging Bouwend Nederland, in veel andere opzichten (zoals de politieke lobby) een partner van de schilderwerkgevers. Een ambtenaar van het ministerie laat weten dat het bezwaar van Bouwend Nederland zich vooral richt op de overlap van de werkingssfeer van deze cao, voor het Schilder- Afbouw- en Glaszetbedrijf (SAG),  met eigen regelingen, met name waar het gaat om de cao voor glasbedrijven. Tot Bouwend Nederland behoort de ‘Vakgroep-GBO’, met een eigen cao. Van het GBO zijn naast glasfabrikanten ook glaszettende bedrijven lid. De voorzitter van de vakgroep, Cor Wittekoek, wil desgevraagd geen toelichting geven op dit officiële bezwaar van Bouwend Nederland.

Onafhankelijke vakbond
De bezwaren van de vakbonden, FNV Bouwen en Wonen en CNV Vakmensen, richten zich vooral op de representativiteit van de LBV. FNV onderhandelaar Peter Roos: ‘Wij betwijfelen of de LBV een onafhankelijke vakbond genoemd kan worden. Ze lijken een verlengstuk van de werkgevers te zijn. Het is in ieder geval niet te controleren, want ze publiceren geen jaarstukken of ledengegevens. Ten tweede denken we te kunnen aantonen dat de LBV onvoldoende draagvlak onder de schilders heeft. Zover we weten zijn er zo goed als geen schilders lid. Nu weten we wel dat OnderhoudNL erop wijst dat zo’n draagvlak bij de werknemersvertegenwoordiger naar de letter van de wet niet nodig is, maar er ligt wel zo’n honderd jaar aan jurisprudentie in het arbeidsrecht waar volgens ons duidelijk uit blijkt dat cao’s, zeker als die avv verklaard worden, ook de instemming van een groot deel van de schilders nodig hebben.’

Representativiteit
Ondernemer Frans Liebregts, mede-directeur van een groot onderhoudsbedrijf in Eindhoven, maakt bezwaar tegen de avv op basis van de representativiteit van beide partijen. Hij laat weten: ‘Wij vinden OnderhoudNL niet representatief voor de sector. Ze vertegenwoordigen slechts 2000 van de in totaal 12.500 schildersbedrijven in Nederland. Bij die OnderhoudNL-bedrijven werken relatief weinig werknemers. Organisaties als Zelfstandigen Bouw(10.900 leden) en FNV zelfstandigen (4100) beschikken over meer leden dan OnderhoudNL, waaronder veel schildersbedrijven. Zij vertegenwoordigen daarmee het overgrote deel van de ondernemingen in de schildersbedrijfstak. Er zijn daarnaast veel schildersbedrijven met personeel die geen lid (of geen lid meer) zijn van OnderhoudNL.’
Verder wijst Liebregts er op dat veel schilders  via andere CAO’s verloond worden: ‘Moderne onderhoudsbedrijven waar minder dan 50% van de werknemers uit schilders bestaat hoeven niet volgens de Schilders-cao te verlonen. In het verleden hebben een aantal van die werkgevers succesvol bezwaar gemaakt. Zij hoeven voor hun schilders niet meer de SAG-cao te volgen.’

Cijfers
Volgens Liebregts worden door de aanvragers van de avv verkeerde bronnen gebruikt: ‘Voor de cijfers worden gegevens van van A&O Services danwel van de nieuwe uitvoerder van de pensioenregelingen, PGGM gebruikt. Die instantie houdt bij de werknemersaantallen, het aantal schilders werkzaam in de schildersbranche, niet bij  of deze werknemers in dienst zijn van een bedrijf dat is aangesloten bij OnderhoudNL.’

Tenslotte wijst Liebregts er in zijn bezwaar tegen de avv op ‘..dat er bij A&O services/PGGM niet wordt geregistreerd welke werknemers uit de M.O.E. landen werkzaam zijn als schilder en dus als zodanig deel uitmaken van het aantal werkzame schilders in Nederland. Volgens het CBS werken er alleen al 150.000 Polen in Nederland, waarvan een aanzienlijk deel als schilder. Die mensen worden niet in de cijfers gerepresenteerd.’

Uitslag
De indieners van de aanvraag voor de avv van de SAG-cao hebben op deze bezwaren mogen reageren. Die reactie is, dat schrijft de procedure voor, niet openbaar. Het ministerie buigt zich op dit moment over de ingebrachte argumenten voor en tegen. Het is volgens het ministerie moeilijk te zeggen wanneer er een besluit van de (demissionaire) minister te verwachten is.

Bron: Schildersvak.nl

Onder meer Zelfstandigen Bouw (ZBo) en de belangenvereniging van sloopaannemers Veras hadden bezwaar gemaakt tegen de algemeen verbindend verklaring.Veras hekelde de ruime formulering in de bouw-cao ten aanzien van asbestverwijdering. Volgens de branchevereniging komt daardoor elke vorm van asbestverwijdering onder de bouw-cao te vallen, in plaats van alleen verwijdering van asbest dat onderdeel uitmaakt van een bouwwerk.

Het ministerie verwerpt deze klacht door te wijzen op het feit dat “asbestverwijdering als specifieke bouwactiviteit al jarenlang is opgenomen in de cao en dat de werkingssfeer ook al jaren consistent is”.

ZBo ageerde tegen de bepaling dat werkgevers gehouden zijn overeenkomsten aan te gaan met zzp’ers die voldoen aan de in de cao opgenomen definitie van zelfstandige vakmannen. Volgens ZBo benadeelt deze cao-bepaling zzp’ers die niet aan de definitie voldoen. Bovendien beperkt het de contractvrijheid voor bouwbedrijven richting zzp’ers.

Het ministerie benadrukt dat een zzp’er die door een bouwwerkgever wordt ingeleend zelf niet aan de cao is gebonden. De betreffende bepalingen zijn opgenomen om echte zzp’ers te onderscheiden van zogenoemde schijnzelfstandigen. “De cao-partijen beogen de belangen van werknemers te beschermen zonder dat de inzet van zzp’ers generiek in de cao wordt uitgesloten.”

Vorig jaar juni bereikten werkgevers en werknemers in de bouw een akkoord over de nieuwe bouw-cao. Daar ging bijna anderhalf jaar onderhandelen aan vooraf. De cao heeft een looptijd van 25 maanden. In die periode gaan de lonen met 5,5 procent omhoog.

Bron: CoBouw