btn payroll

Geen payroll of uitzendkrachten in Duitse bouw

In de Duitse bouwnijverheid is het werken met uitzendkrachten definitief niet toegestaan. Deze uitsluiting geldt ook als Nederlandse uitzendbureaus of payrollbedrijven, die personeel uitlenen aan Nederlandse bouwbedrijven, te werk worden gesteld in Duitsland. Dit meldt CLC-Vecta, op gezag van advocatenkantoor Alpmann-Fröhlich. Dat heeft het nieuws schriftelijk vernomen van het Bundesfinanzdirektion West (Zoll) te Keulen.

Principieel geen uitzendkrachten meer in de Duitse bouw
De Bundesagentur für Arbeit (BA), een beetje vergelijkbaar met de Nederlandse UWV, interpreteert de bestaande regels in de Uitzendwet voor het werken met buitenlandse uitzendkrachten opeens anders.

Verbod geldt nu ook voor buitenlandse bedrijven
Duitse bedrijven mogen al langere tijd geen uitzendkrachten in het zogenoemde Bauhauptgewerbe aan het werk zetten, dus in de klassieke bouwbranches zoals betonbouw en metselarij. Maar buitenlandse vennootschappen, die in de Duitse bouw projecten met uitzendkrachten uitvoeren, hoefden tot nu toe nooit sancties hieromtrent te vrezen.

De BA stelde tot dusver steeds, dat als een Nederlandse inlener uitzendpersoneel van een Nederlandse uitzendpartij mee naar Duitsland neemt, dit geen probleem oplevert. Dat het in feite niet is toegestaan, is vermeld in artikel 1b van de Duitse Uitzendwet. Die is al sinds jaren van toepassing en tot nu toe ook nooit gewijzigd. De enige wijziging die de zaak heeft ondergaan, is dat de BA de regels nu opeens anders interpreteert.

Wijziging interpretatie Duitse wet
Duitse ambtenaren beschikken over een soort handleiding waarin staat hoe de wet geïnterpreteerd en gehandhaafd dient te worden. In deze zogeheten Geschäftsanweisung heeft men in juli van dit jaar een korte alinea ingevoegd, waarin staat dat de regels ook op buitenlandse vennootschappen van toepassing zijn. Nu stelt de BA dus, dat deze wet wel van toepassing is op Nederlandse bedrijven die met in Nederland bemiddelde uitzendkrachten in Duitsland projecten uitvoeren. Overigens heeft de BA het niet nodig geacht een persbericht hierover te publiceren.

Gedoogbeleid tot 2016
Dit leidt er toe, dat ambtenaren tegenover hun toezichthoudende ministerie verplicht zijn, de wet precies volgens de Geschäftsanweisung te handhaven. De douane is nu duidelijk tot handhaving verplicht. Wel mag men als buitenlands bedrijf met zo’n zes maanden gedoogbeleid rekenen. Maar vanaf eind 2015, begin 2016 moet u er bij controles op bouwprojecten rekening mee houden, dat de douane toch op een andere manier tegen het werken met uitzendkrachten zal aankijken. Boetes liggen in het verschiet voor inlener en uitlener. Om dit te voorkomen, is het daarom raadzaam voorlopig geen uitzendkrachten meer voor bouwprojecten mee naar Duitsland te nemen.

Mogelijk strijdig met Europese regels
Of deze Geschäftsanweisung strookt met het Europese territorialiteitsbeginsel inzake Arbeitnehmerüberlassung (het uitzenden/uitlenen van arbeidskrachten), is hoogst arbitrair. Jaren geleden is al gebleken, dat noch de BA, noch de Duitse douane de Duitse uitzendwet van toepassing achtten wanneer een buitenlands bedrijf door een buitenlandse uitlener bemiddelde uitzendkrachten mee naar Duitsland nam. En aan de wet is sindsdien niet gesleuteld. De nieuwe rechtsopvatting van de BA is daarom in ieder geval voor een andere uitleg vatbaar. En of deze aangepaste rechtsopvatting door de rechtspraak bevestigd wordt, is nog maar de vraag.

Bron: Strick Advocaten & Belastingadviseurs, Kleve (Du)

Nieuws

meer nieuws